Onderzoek
De lange schaduw van confiscatie
| Looptijd | January 2026 - August 2030 |
| Projectleider, promotor | Judith Pollmann |
| Onderzoeker, promovendus | Julius van der Poel |
Dit promotieonderzoek en deelproject van Nieuwe PLAG, 'De lange schaduw van confiscatie', richt zich op het platteland in de periode 1580–1750 en onderzoekt de chaotische en langdurige nasleep van de herverdeling van de bezittingen van de voormalige katholieke Kerk in de Noordelijke Nederlanden.
Historisch gezien is de confiscatie van katholieke kerkelijke bezittingen voornamelijk benaderd als een juridische kwestie, vanuit een top-downperspectief waarin kerkelijke besturen en formele decreten centraal staan. Dit onderzoek verschuift de aandacht naar de lokale praktijk en onderzoekt hoe lokale edelen, dorpsbestuurders en boeren reageerden op de confiscatie van kerkelijke bezittingen en zich aanpasten aan de nieuwe, vaak onzekere omstandigheden.
Centraal staat de vraag hoe lokale machtsverhoudingen en conflicten over bezit de religieuze en sociale identiteit van plattelandsgemeenschappen over meerdere generaties hebben beïnvloed. Door deze ontwikkelingen op lokaal niveau te volgen, beoogt het onderzoek nieuwe inzichten te bieden in de religieuze geografie van Nederland en in de uiteenlopende manieren waarop regio’s na de Nederlandse Opstand met religieuze veranderingen omgingen. Daarmee kan het bijdragen aan een beter begrip van waarom sommige gebieden uiteindelijk protestants werden, terwijl andere katholiek bleven.
De Nederlandse plattelandsgeschiedenis heroverwogen
Het onderzoek maakt deel uit van het Spinozaproject van prof. dr. Judith Pollmann, waarin de geschiedenis van het Nederlandse platteland vanuit nieuwe perspectieven wordt onderzocht. Lange tijd werd de geschiedschrijving van de vroegmoderne Nederlanden sterk gedomineerd door het beeld van de stedelijke ‘Gouden Eeuw’. Het Spinozaproject richt zich daarom op de dynamiek en complexiteit van het plattelandsleven en onderzoekt de rol van lokale gemeenschappen in bredere maatschappelijke, politieke en religieuze ontwikkelingen.
Binnen dit kader draagt het onderzoek bij aan een veelzijdiger beeld van het Nederlandse platteland en van de manier waarop lokale gemeenschappen de religieuze veranderingen tijdens en na de Nederlandse Opstand ervoeren en vormgaven.
Een belangrijk uitgangspunt is daarbij dat de lokale praktijk centraal staat. Regionale archieven, historische locaties, lokale deskundigen en historische verenigingen vormen belangrijke bronnen voor het reconstrueren van deze geleefde geschiedenis. Door verschillende lokale perspectieven en belangen in kaart te brengen, wordt zichtbaar hoe grote politieke en religieuze veranderingen zich op lokaal niveau voltrokken en hoe zij door verschillende gemeenschappen werden ervaren.