New Rural History Nieuwe PLAG
Blog
Waarom de Nieuwe PLAG?

Cartoon van koning Willem I aan de galg, maker onbekend. Inbeslaggenomen door de autoriteiten tijdens het Schuttersoproer in Twente, 1830-1831. (Bron: Collectie Overijssel).

Waarom de Nieuwe PLAG?

Hoe zag de politieke geschiedenis van het Nederlandse platteland eruit? Lange tijd bleef deze geschiedenis grotendeels buiten beeld. Nieuwe PLAG wil daar verandering in brengen door historisch onderzoek, nieuwe onderzoeksmethoden en lokale kennis samen te brengen. In deze blog vertelt Judith Pollmann hoe het idee voor de werkgroep ontstond en waarom het tijd is voor een nieuwe geschiedenis van het Nederlandse platteland.

In het voorjaar van 2025 voerde ik met een groepje collega’s uit de Leidse geschiedenis- afdeling een gesprek over de stand van de politieke geschiedenis in Nederland. We waren het over eens dat er de laatste decennia veel moois was bereikt. Maar één aspect was daarbij buiten beeld gebleven; de politieke geschiedenis van het platteland. Kort tevoren hadden collega’s Maartje Janse en Diederik Smit bijvoorbeeld bij toeval ontdekt dat er in de eerste helft van de negentiende eeuw tientallen opstanden waren geweest in Nederlandse dorpen. De overheden vonden die opstanden zo ernstig dat ze er met regelmaat het leger op af hadden gestuurd – er waren gewonden en doden gevallen. Toch waren die opstanden in de wetenschappelijke geschiedschrijving  helemaal in vergetelheid geraakt. De eerste helft van de negentiende eeuw, toen Nederland net een koninkrijk was geworden, gold juist als een periode waar politieke oppositie helemaal afwezig was. Lokale historici bleken vaak juist wél veel af te weten van de eigen dorpsoproeren uit die periode, maar die hadden dan weer niet opgemerkt dat ‘hun’ opstand niet de enige was geweest. 

Picture2
Bericht uit de Leydse Courant van 16 februari 1846 (Bron: Delpher).

Waarom is de politieke geschiedenis van het Nederlandse platteland zo’n zwart gat voor de wetenschap, vroegen we ons af? We konden er een paar redenen voor bedenken. De politieke geschiedenis van de wereld na 1800 is bijvoorbeeld traditioneel geschreven vanuit nationaal, Haags perspectief – pas vrij recent is er meer belangstelling voor politiek ‘van onderop’. De geschiedschrijving over de periode daarvoor, tussen 1500-1800, is veel rijker aan lokale studies, maar die vertrekken bijna allemaal vanuit de steden. Dat komt omdat in internationaal perspectief juist de vroege verstedelijking van de Nederland als bijzonder geldt. Tenslotte denken historici in Nederland bij plattelandsgeschiedenis bovendien vooral aan landbouw- en landschapsgeschiedenis. Daarin hebben we een mooie traditie, maar die stelt meestal minder politieke vragen. Dat het anders kan wisten we – want in de internationale literatuur gebeurt het al. 

Picture1
Pamflet met oproep tot verzet tegen koning Willem I en steun aan de Zuid-Nederlandse opstandelingen. In beslag genomen door de autoriteiten tijdens het Schuttersoproer in Twente, 1830-1831. (Bron: Collectie Overijssel).

Maar wat hield ons dan eigenlijk tegen, vroegen we ons af? Wat zou er voor nodig zijn om de politieke geschiedenis van het platteland te schrijven? Tijd, om te beginnen. Aandacht voor de relatie van politiek met andere vormen van plattelandscultuur, zoals religie en lokale tradities. Aandacht voor sociale structuren. Maar er was ook schroom, bekenden we elkaar, omdat het bestuderen van het platteland behoorlijk ingewikkeld is. Er waren (en zijn) er op het platteland allerlei bijzondere politieke constellaties. In iedere gemeenschap golden weer andere regels. Wat is een etstoel, een kerspel en een marke?  Wat mag een landrichter, een baljuw of een ambachtsheer? Welke bronnen konden we het beste gaan gebruiken? Lokale verenigingen konden ons dat misschien vertellen, maar hoe moesten we die kennis gaan vergelijken? Onze brainstorm was gezellig en stimulerend geweest, maar we zagen niet meteen wat het vervolg kon zijn.

Maar kort daarna kreeg ik een telefoontje. Het was de voorzitter van NWO, die me het goede nieuws vertelde dat mij een Spinozapremie zou worden toegekend. Dat was niet alleen een grote eer, maar betekende ook een flink geldbedrag, dat mag worden besteed aan nieuwsgierigheidgedreven onderzoek. We zijn een jaar verder, en nu is er de werkgroep Nieuwe PLAG. Die bestaat niet alleen uit Leidse collega’s, maar krijgt versterking van collega’s van elders die al hun sporen in de plattelandsgeschiedenis hebben verdiend. Zij gaan ons helpen, met een handleiding voor het schrijven van plattelandsgeschiedenis, met nieuwe methoden om te leren van lokale historische kennis. Samen met studenten, collega’s en geïnteresseerden in het land, hopen we zo te kunnen gaan werken een nieuwe geschiedenis van het Nederlandse platteland. Op deze website doen we verslag van onze vorderingen. 


Lees dit interview met de Universiteit Leiden waar Judith uitgebreid vertelt over haar onderzoek en plannen met de Spinozapremie.